Ingrid Slaa (1968)

Als beeldend kunstenaar probeert Ingrid de wereld om haar heen, wat haar opvalt, waar ze over nadenkt, wat ze meemaakt of waar ze tegenaan loopt, weer te geven in een beeld. Het spannende is dat ze van tevoren niet weet wat het uiteindelijk gaat worden. Welk materiaal ze gaat gebruiken, of het 2D of 3D wordt, groot of klein.

Rode draad in haar werk is het gebruik van haar eigen lichaam. Vaak begint Ingrid met een nieuw beeld door een mal te maken van (een deel van) haar eigen lichaam. Denk daarbij aan handen, vingers, voeten, haar gezicht, oren, neus, benen of ook haar rug. Met deze mal maakt ze dan meerdere afgietsels in diverse materialen. Vanuit het spelen met deze afgietsels, het maken van schetsen en het verzamelen van woorden die met een bepaalde gebeurtenis of gevoel te maken hebben groeit dan een nieuw werk.

Als kunstenaar vindt ze het een uitdaging om regelmatig nieuwe materialen te onderzoeken en toe te passen. Meest gebruikt zijn tot nu toe: gietwas, siliconen, gips en epoxy. Soms ook in combinatie met textiel en fotografie.

As an artist, Ingrid tries to depict the world around her, what strikes her, what she thinks about, what she experiences, or what she encounters in an image. The exciting thing is that she does not know in advance what it will be in the end. What material she will use, whether it will be 2D or 3D, large or small.

The leitmotiv in her work is the use of her own body. Ingrid often starts with a new sculpture by making a mold of (a part of) her own body. Think of hands, fingers, feet, her face, ears, nose, legs or also her back. With this mold, she makes several casts in various materials. From playing with these casts, making sketches, and collecting words related to a certain event or feeling, a new work grows.

As an artist, she challenges herself to regularly research and apply new materials. Most used so far are: casting wax, silicone, plaster and epoxy. Sometimes also in combination with textiles and photography.